(Ex-)militairen zijn gewetensvolle mensen
Bijna 25% van de ruim 1.100 veteranen van veertien vredesmissies beleeft aan de uitzendervaringen gerelateerde schuld en schaamte en 4% zelfs regelmatig. De uitzendinggerelateerde schuldbeleving van veteranen is in te delen in zes categorieën, te weten: schuldbeleving als gevolg van (1) ‘de omstanderrol’; (2) ‘de negatieve attitude ten aanzien van de bevolking in het uitzendgebied’; (3) ‘het indirecte effect van besluiten en handelen’; (4) ‘de houding en het gedrag in de context van oorlog en geweld’; (5) ‘handelen en besluiten dat tot overleven leidde of de kans op overleven vergrootte’ en (6) ‘normloosheid’. Rond 18% van de veteranen gaf aan schuldgevoelens te beleven als gevolg van de ‘omstanderrol’, zoals ‘niet geprotesteerd hebben tegen bruutheid of niet geprobeerd hebben bruutheid te voorkomen’. Daarnaast zien we dat schuldgevoelens over ‘de negatieve houding ten aanzien van de bevolking’ van de zes categorieën van schuldbeleving het meest gerapporteerd worden.
Als de belangrijkste oorzaak van uitzendinggerelateerde schuld noemen de veteranen: ‘Het gevoel hebben dat je niet alles uit jezelf hebt gehaald om burgers te helpen. Als belangrijkste oorzaak voor uitzendinggerelateerde schaamte noemden de respondenten relatief vaak: ‘falen’, ‘machteloos zijn’ en ‘tekortschieten’.
In het onderzoek zien we een direct positief verband tussen de mate van ‘het getuige zijn geweest van ellende en geweld’ en de mate van ‘machteloosheidsbeleving’ gedurende de missie, ‘verantwoordelijkheidsgevoelens’ voor het succesvolle verloop van de missie, ‘(lagere) leeftijd’ van de veteranen, een ‘lage eigenwaarde’ en de mate van uitzendinggerelateerde schuld en schaamte. Veteranen van vredeshandhavende missies beleefden een sterkere mate van machteloosheid en konden minder goed uit de voeten met de geweldsinstructies dan veteranen van vredesafdwingende missies. Daarnaast zien we dat wanneer veteranen vaker ‘betrokken waren bij oorlogssituaties en gevechtshandelingen’ zij in mindere mate schaamte beleven als gevolg van hun uitzendervaringen.
De onderzoeksresultaten zijn allereerst belangrijk voor commandanten en docenten die huidige militairen voorbereiden op toekomstige missies. Relevant is dat aandacht besteed wordt aan mogelijke emotionele gevolgen van morele dilemma’s in uitzendgebied. Ten tweede voor commandanten en leden van het sociaal medisch team gedurende de uitzending die een signaleringsfunctie hebben. Zij moeten gedurende de uitzending aandacht besteden aan de kloof tussen het persoonlijke verantwoordelijkheidsgevoel en het plichtsbesef van militairen om bij geweld in te grijpen en de professionele bevoegdheid van militairen die ingrijpen vaak verbiedt. De inzichten uit ons onderzoek kunnen tevens bijdragen aan de verbetering van de nazorg aan veteranen, doordat duidelijk wordt welke morele (hulp)vragen veteranen na afloop van de uitzending bezighouden. De aard van de schuldbeleving van veteranen laat ons zien dat veteranen te maken hebben met innerlijke (gewetens)conflicten. Veteranen hoeven geen (blijvende) psychische klachten te ontwikkelen, juist als aandacht en begripvorming bestaat voor de morele vragen die zij achteraf stellen en voor de verantwoordelijkheid die zij zichzelf toebedelen. De Nederlandse samenleving en de krijgsmacht moeten rekening houden met het feit dat deze verwerking achteraf een gewoon proces is. Veteranenzorg vereist daarom altijd een begeleiding bij de morele identiteitsontwikkeling van de veteranen. Deze thema’s zijn altijd aan de orde, ook bij veteranen waarbij de schuld en de schaamte niet pathologisch van aard zijn. Voor psychologen betekent dit dat ze zich niet moeten beperken tot gedragsgerelateerde therapieën en interventies. Morele identiteit vraagt niet om behandeling, maar juist om begeleiding.